x Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 7.0 en hoger en Firefox 3.6 en hoger. Wanneer u gebruik maakt van een lagere browserversie kan dit gevolgen hebben voor een optimale werking van deze site.

Waar vindt CO2-opslag plaats?

Wereldwijd zijn er vier projecten in uitvoering, die de gehele keten van CO2-afvang tot -opslag (CCS: Carbon Capture & Storage) beslaan. In Nederland lopen diverse demonstratieprojecten. CO2-opslag is altijd in de diepe ondergrond (1500-2500 meter diep).

CCS-projecten in de wereld

Onderstaande CCS-projecten geven een mooi overzicht van de diverse redenen waarom CO2-afvang en -opslag toegepast wordt door bedrijven. 

 

Het eerste CCS-project (vanaf 1996) is het Sleipner-project in de Noordzee aan de westkust van Noorwegen. Het aardgas dat hier uit de grond komt, bevat van nature ongeveer 9.5% CO2. De CO2 moet worden verwijderd voordat het aardgas verkocht kan worden. Exploitant Statoil besloot dit gas niet los te laten in de atmosfeer, waar het zou bijdragen aan het broeikasprobleem, maar een 3 kilometer diep gat te boren om de CO2 op te slaan in een reservoirgesteente met de naam Utsira Sand. Jaarlijks komt hierdoor 1 miljoen ton CO2 minder in de atmosfeer. Er is tot op heden al meer dan 11 miljoen ton geïnjecteerd.

 

Ook bij het  In Salah-project in Algerije (vanaf 2004) was zuivering van aardgas de aanleiding om te investeren in CO2-afvang en opslag. Hiermee is ongeveer $100 millioen gemoeid. Men verwacht tot 2024 ongeveer 17 miljoen ton CO2 te kunnen opslaan.


Bij het Weyburn-project in Canada wordt CO2 geïnjecteerd in een olieveld om er meer olie uit te kunnen halen (EOR: enhanced oil recovery). De eerste fase van dit project (2000-2004) is gebruikt om de kenmerken van het veld voor en na CO2-injectie grondig in kaart te brengen. In de tweede fase (2005-2011) wordt dagelijks ruim 88 miljoen m2 CO2-gas door een pijpleiding ruim 320 km getransporteerd naar een olieveld in Saskatchewan, waar het wordt geïnjecteerd voor EOR. Verder wordt de CO2 die is opgeslagen in het Weyburn-veld en het Midale-veld gemonitord. Uiteindelijk moet het Weyburn-project een Best Practices-handleiding opleveren met zowel technische onderdelen (zoals het in kaart brengen van de ondergrond, monitoring en verificatie) als beleidsmaatregelen (wet- en regelgeving, communicatie met het publiek, en zakelijke overwegingen).


Het aardgas in het SnØhvit-veld in de Barentszee ten noorden van Noorwegen bevat 5-8 % CO2. Vanaf 2008 wordt hier CO2-afvang toegepast, want het aardgas wordt bij lage temperatuur (-163 °C) via een pijpleiding naar het vasteland getransporteerd en bij die temperatuur wordt CO2 een vaste stof, die de pijpleiding kan blokkeren. Een aparte pijpleiding vervoert het CO2 naar de opslagplaats, op 2600 meter diepte in de Saline Tubasan Sandstone Formation reservoirs. In 2010 bleek hier minder capaciteit te zijn dan werd verwacht; er wordt nu gewerkt aan maatregelen om de opslagcapaciteit te vergroten. Men wil ongeveer 700.000 ton CO2 per jaar opslaan.

CCS-demonstratieprojecten in Nederland

In het eerste Cato-programma is onderzocht welke typen ondergrond in Nederland geschikt zijn voor het opslaan van CO2. Er zijn mogelijkheden in uitgeputte gasvelden onder land of zee, lege olievelden onder de zee, en in zoutkoepels.

 

Offshore, dus onder de zeebodem, lopen enkele demonstratieprojecten.

 

In gasveld K12B, 150 kilometer ten noordwesten van Amsterdam, wordt aardgas geproduceerd met een CO2-gehalte van 13 %. Vanaf 2004 wordt dit CO2 geïnjecteerd in het (bijna lege) aardgasveld waar het uit is gehaald, op 4 kilometer diepte. De chemische veranderingen in het reservoir worden gemonitord, evenals de integriteit van de boorputten. Ook wordt er onderzoek gedaan naar enhanced gas recovery (EGR).

 

Het ROAD-project (Rotterdam Carbon Storage and Demonstration Project) voegt CO2-afvangtechnologie toe aan een bestaande energiecentrale. Opslag vindt plaats onder zee. Het onderzoek bij dit project brengt o.a. in beeld hoe gezorgd kan worden voor een lager energieverbruik voor het afvangen van CO2.  

 

In de energiecentrale in Buggenum wordt een test gedaan met pre-combustie afvang van CO2.

 

En Tata Steel experimenteert met een ander proces van staalproductie, dat een kwart minder CO2 oplevert en waarbij dit gas bovendien als puur rookgas uit de schoorsteen komt, dus een goede kandidaat is om af te vangen.

 

Het project bij Barendrecht, voor opslag onder land, is in Nederland het meest bekende CCS-project. Dit project ging niet door, omdat er te weinig draagvlak voor was. Minister Verhagen (EL&I) heeft in februari 2011 de beslissing genomen dat er in Nederland voorlopig geen opslag onder land zal plaatsvinden. Opslag onder zee mag wel.