x Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 7.0 en hoger en Firefox 3.6 en hoger. Wanneer u gebruik maakt van een lagere browserversie kan dit gevolgen hebben voor een optimale werking van deze site.

Hoe werkt CO2-afvang en –opslag?

CO2-opslag bestaat eigenlijk uit drie stappen, namelijk het afvangen, transporteren en opslaan van CO2.

CO2 afvangen

De eerste stap in de keten is het afvangen van CO2. Bij sommige industriële processen, zoals productie van waterstof of ammonia, komt CO2 vrij in zuivere vorm. Bij kolen- en gascentrales komt CO2 terecht in de rookgassen en is de CO2 nog niet zuiver genoeg om te kunnen worden getransporteerd en opgeslagen. Deze CO2 moet dus eerst uit de rookgassen worden gehaald.

 

Het is vooral nuttig (efficiënt) om CO2 af te vangen op plaatsen waar grote emissies plaatsvinden, zoals elektriciteitscentrales, olieraffinaderijen en grote industriële complexen.

CO2 transporteren

Voor de tweede stap, transport, wordt meestal een pijpleiding gebruikt, maar koolstofdioxide kan ook met een schip of tankwagen worden vervoerd. De wijze van transport die gekozen wordt is van veel aspecten afhankelijk, bijvoorbeeld van de hoeveelheid CO2 en de transportafstand naar de plaats waar CO2 kan worden gebruikt (bijvoorbeeld in kassen) of opgeslagen.
Om het afgevangen CO2 te kunnen vervoeren via pijpleidingen, wordt het gas eerst gecomprimeerd (onder hoge druk samengeperst en op een temperatuur boven 31,1°C gebracht) tot een vloeistof, omdat die veel minder ruimte inneemt dan een gas.

CO2 opslaan

Bij de derde stap, CO2-opslag, wordt de CO2 met een compressor onder druk gebracht. Daarna wordt het via een boorgat, meestal op grote diepte (1500- 2500 meter), in de bodem geïnjecteerd.

 

Opslag van CO2 kan in verschillende soorten ondergrond. Ze staan in de volgorde van meest tot minst veelbelovend in Nederland. De getallen komen uit het CATO-boekje Catching carbon to clear the skies (2009).

  1. Lege gasvelden. In de poriën van het gesteente van deze gasvelden werd aardgas vastgehouden voordat dit eruit werd gepompt. In lege aardgasreservoirs heerst een relatieve onderdruk. Net zo min als eerder het aardgas, kan de CO2 vanzelf uit het gasveld ontsnappen. Er zit een dikke laag massief gesteente (caprock) boven dat het gasveld afdicht. Naar schatting bieden lege Nederlandse gasvelden opslagmogelijkheden voor 10 miljard ton CO2, maar 75 % daarvan (Slochteren) komt op zijn vroegst in 2050 beschikbaar voor CO2-opslag. Als we dat gasveld buiten beschouwing laten, is er op de middellange termijn ruimte voor 3 miljard ton CO2, waarvan 40 % onder de zeebodem ligt.
  2. Zoutwater aquifers (watervoerende lagen). In dit geval lost de CO2 uiteindelijk op in het aanwezige water. Capaciteit: 90-1100 miljoen ton CO2.
  3. Ondergrondse kolenlagen. Deze bevatten van nature ook aardgas. Door de injectie van CO2 kan dit aardgas gewonnen worden, terwijl de CO2 achterblijft in de kolen. Een praktisch probleem is de lage doorlaatbaarheid van de kolenlagen, die het moeilijk maakt om CO2 te injecteren. Capaciteitsschattingen lopen uiteen van 40-600 miljoen ton CO2.
  4. Lege olievelden. De opslagcapaciteit is beperkt: 54 miljoen ton. Bij een iets andere, nu al veel gebruikte, toepassing wordt CO2 gebruikt voor het winnen van de laatste restanten olie uit bijna lege olievelden De CO2 perst de olie eruit en blijft zelf grotendeels achter in het olieveld. Deze techniek heet enhanced oil recovery (EOR).

 

Vooraf onderzoek, achteraf monitoring

Uiteraard wordt de CO2 niet zomaar ergens in de ondergrond gestopt. Van tevoren onderzoeken geologen heel precies hoe een potentiële opslaglocatie in elkaar zit. Zij ontwikkelen ook modellen om te voorspellen hoe de CO2 zich in die ondergrond zal gedragen. Dit vormt een onderdeel van CATO's onderzoeksprogramma.  

 

En zodra de CO2 in de diepe ondergrond is geïnjecteerd, moet goed in de gaten worden gehouden dat het daar veilig blijft opgeslagen. Hiervoor worden verschillende monitoringtechnieken gebruikt:

  • - het meten van de druk van de opslaglocatie
  • - seismische sensoren die trillingen in de grond waarnemen
  • - sensoren die veranderingen detecteren in de CO2-gehaltes aan de oppervlakte.

 

Mocht er een lek ontstaan, dan kunnen door deze grondige monitoring onmiddellijk maatregelen worden getroffen om het lek te stoppen. Het is echter zeer onwaarschijnlijk dat lekkage zal ontstaan in een grondig geselecteerde en gecontroleerde opslaglocatie. Wetenschappelijke studies tonen aan dat na duizenden jaren 99 procent van de CO2 hoogstwaarschijnlijk veilig onder de grond zal blijven. De opgeslagen CO2 reageert met mineralen in de ondergrond (en ligt dan vast in het reactieproduct kalksteen, een massief gesteente). Daardoor neemt de veiligheid toe naarmate de CO2 langer is opgeslagen. Hoe lang hiervoor nodig is, hangt af van de mineralensamenstelling.