CATO heeft in mei 2011 tien Nederlandse journalisten en dertig onderzoekers meegenomen op excursie naar de Duitse Vulkaaneifel. Doel van dit uitstapje was om meer te leren over natuurlijke CO2-bronnen van geologische oorsprong. Daarnaast was er veel gelegenheid om kennis over CATO-kwesties uit te wisselen tussen de deelnemers.
Na de discussies over CO2-opslag in Barendrecht gaf deze excursie de deelnemende journalisten een genuanceerd beeld over de gevaren en mogelijkheden van Carbon Capture & Storage (CCS). De onderzoekers willen juist een kritische bijdrage leveren om bji te dragen aan effectieve strategieen tegen klimaatverandering, en daar hoort het open bespreken van de risico's bij.
Ja, het is waar dat mensen kunnen stikken door CO2. Anderzijds liet de excursie prachtige voorbeelden zien van natuurlijke uitstoot van CO2 (in de Eifel ongeveer 0.8 millioen ton per jaar), zoals een koudwatergeiser waarvoor toeristen geld betalen om hem te kunnen bekijken.
Hoewel de journalisten nog steeds kritisch waren over CCS in het algemeen, stelden ze de open communicatie in de CATO-gemeenschap op prijs. "En het werkte ook andersom," zegt Sander van Egmond (foto), communicatiemanager van CATO. "De excursie heeft de afstand tussen onderzoekers en journalisten echt verkleind, wat hopelijk zal leiden tot wat meer wederzijds vertrouwen in de toekomst."In de Eifel ontstaat het CO2 door vulkanische activiteit in de aardkorst. Dat is een andere herkomst dan in de Nederlandse gasvelden, waar het CO2 (soms wel 75%) van fossiele oorsprong is. Jan Brouwer, de programmadirecteur van CATO, legde de journalisten uit dat de Eifel duidelijk geen goede plek is om CO2 op te slaan.
"De situatie in Nederland is heel anders. De Eifel laat echter wel zien dat je veiligheidskwesties rond CO2 serieus moet nemen, en dat doet CATO natuurlijk ook."